|
|
|
Funen 2005.
Lango, Dalby Bocht , Male strand, Skoven, Fyns Hoved, Horseklint, Lundsgard Klint, Bogenso, Kerteminde, zomaar wat stekken die we gedurende de week hebben bezocht. Wat is een verblijf op dit deel van Funen toch heerlijk. Twee jaar terug zaten we nog vlakbij Enebearodde (landtong bij Odense fjord), waar vanwege de harde noorden wind niet gevist kon worden. Veel gejakker die vakantie naar het zuiden van Funen om toch enigszins comfortabel te kunnen vliegvissen. De onzekerheid in verband met de wind was een van de redenen om terug te keren naar de bestemming waar we het eerste jaar ook gezeten hebben: Lango. Daar waar je altijd een plekje uit de wind kunt vinden, daar waar de natuur van Funen op zijn mooist is, daar waar de wegen nog rustig zijn en daar waar we redelijke vangsten hebben geboekt. Ja, want dat is ook belangrijk en niet altijd vanzelfsprekend.
Bij iedere trip naar Funen is het weer prettig om de Elbe tunnel te passeren, onze weg vervolgend door Noord Duitsland richting de brug over de kleine belt bij Middelfart. De brug, het eerste echte herkenningspunt, we gaan weer op pad op zoek naar zeeforel. Het wordt stil in de auto, de Dubliners gaan op laag volume en het altijd weer terugkerend gesprek kan gaan beginnen. Nieuwe en bestaande tactieken worden besproken, vliegendozen uit de tassen gehaald, zandaal- en garnaalimitaties behandelt, drijvend, zink, of toch met de glaslijn? Vanwege de vele uren die normaal gesproken gemaakt moeten worden, kan het vliegvissen op zeeforel een frustrerende activiteit zijn. Moedeloos wordt er dan weer een worp richting Zweden gemaakt, terwijl er gedurende 3 volle dagen geen aanbeet is geweest. En dan, plotsklaps uit het niets, is daar een tik, gevolgd door een zilveren flits. Je moet geconcentreerd zijn, anders mis je hem. Dit keer niet en vol trots sta je even later met een van de mooiste der vissen in je handen.
Het vissen op zeeforel is hard werken, vele uren maken en ervaring op doen. Langzamerhand ga je dan begrijpen op welke wijze er zeeforel gevangen kan gaan worden. Stromingen worden van afstand herkend, goede wierbedden van slechte wierbedden onderscheiden en voedsel, waar de zeeforel op jaagt, wordt gevonden. En dan, ja ook dan, kunnen er nog vakanties tussen zitten zonder enige vangst. Mei geeft wat dat betreft meer vertrouwen. Als het weer een beetje meezit, dan is de geep aan de kust voor hun jaarlijkse paairitueel en bestaat er een goede mogelijkheid om in de avond gulletjes met de vliegenhengel te vangen. Natuurlijk kan er ook uitgeweken worden naar de diverse put & takes die Denemarken rijk is, echter dat heeft ons nooit kunnen boeien. Daarnaast zijn er mogelijkheden om in de Odense A te gaan vissen, die bij de stad Odense meer de vorm heeft van een brede sloot dan een stromende rivier. Stroomopwaarts schijnt het wel mooi te zijn, maar we zijn hier voor de zeeforel, de zee en alles wat daarbij hoort. Dus geen visserij op riviertjes wat ons betreft. (Meer informatie over de Odense A kan ingewonnen worden bij de hengelsportzaak te Odense: www.go-fishing.dk)
Gedurende enkele weken houd ik de site www.fangster.dk in de gaten. De site geeft onder andere goede up to date informatie over de zeeforelvangsten aan de kust, maar ook andere visserijen komen aan bod. De laatste week voor onze vakantie worden de eerste gepen gemeld, dus dat schept vertrouwen.
Onderweg naar Lango geeft het schiereiland ons al de nodige schoonheden prijs. De eerste fazanten en hazen worden gespot, de koolzaadvelden kleuren goudgeel in de middagzon. Het begint heuvelachtiger te worden, een echt duinlandschap met hier en daar een bosje. In de verte steekt op een heuvel de kerk van Stubberub wit af tegen de blauwe lucht. Als we bij ons huisje in Lango aankomen zit het weer redelijk mee met lichte bewolking en een temperatuur van 13 a 14 graden. De voorspelling voor de rest van de week is stabiel. We komen er al snel achter dat de wind uit de westhoek komt, waardoor we genoodzaakt zijn om de meeste dagen aan de andere kant van het schiereiland te vertoeven. Geen probleem, want de laatste keer dat we hier waren kwam de wind uit de oosthoek, waardoor we aan de westkant niet hebben kunnen vissen. Dit schept dus nieuwe mogelijkheden en wederom blijkt dat Funen zoveel te bieden heeft. De oplettende kijker ziet in zee verschillende dieren tot leven komen, waaronder garnalen in de meest vreemde kleuren, krabbetjes, kwallen, zeesterren, zoutwaterpissebedden, zandaaltjes, talloze kleine visjes, die niet te traceren zijn en de prachtige bruinvissen. Op de dvd staat zelfs nog een bruinvis! Ze is moeilijk te signaleren, maar ze staat erop, zo rond de 37ste minuut.
Vele bruinvissen hebben we dit jaar gezien, soms in groepen van 10 a 15 stuks, soms alleen. Zo stonden we een van de dagen bij Dalby Bocht de een na de andere geep te vangen. Er was werkelijk geen houden aan, wat op zich leuk is, ware het niet dat de concentratie achteruit gaat. Hierdoor is er maar een zeeforel gevangen deze avond, terwijl dit er drie hadden kunnen zijn. Op een gegeven moment kregen we geen aanbeten meer, waarna Gerhard en ik elkaar verbaasd aankeken en ons afvroegen wat er aan de hand was. Enkele minuten later kwam er duidelijkheid. Op nog geen tien meter van ons vandaan begon het te kolken, gevolgd door een prachtige draai van een twee meter lange bruinvis door de oppervlakte heen. We lachten, stapten het water uit en zijn voldaan naar ons huisje teruggekeerd.
Ook kregen we er een te zien staand op een klif vlakbij Horseklint. Minutenlang hebben we de bruinvis gevolgd, glijdend door de oppervlakte met af en toe een poef geluid nalatend. Daarna was ze verdwenen.
Of die keer toen we beide wadend ergens op Noord Funen een wierbed zaten af te vissen. In de verte zagen we de eerste bruinvis aankomen, maar daar bleef het niet bij. Het vissen stond even op de tweede plaats en we volgden de bruinvissen, die nu wel erg dichtbij kwamen. Sterker nog, ze hadden het op ons wierbed gemunt! Wat een geweld, tien a vijftien van die bruinvissen op pakweg twintig meter afstand, hevig zoekend naar zeeforel. U raadt het al, de stek konden we natuurlijk opgeven.
De natuur is zeker de moeite waard. Je rijdt nog op verlaten wegen, ziet hier en daar fazanten scharrelen, (veelal uitgezet, wat te zien is aan de witte ring om de hals) hazen laten zich regelmatig zien en in de avond en ochtend komen de reeën tevoorschijn. Vaak ver weg langs bosranden, maar soms ook dichtbij. Zo kan ik me nog goed herinneren, dat er een ree in de tuin van ons huisje nieuwsgierig naar ons keek. Ook zijn er vele roofvogels te zien, buizerds, kiekendieven en natuurlijk de meeuwen die aan zee meer kunnen betekenen dan menigeen denkt. Immers een meeuw, of dit nu kokmeeuwen, zeemeeuwen of sterntjes zijn, is vaak op zoek naar voedsel. Hetzelfde voedsel komt bij de jacht van zeeforel in moeilijkheden, ach vul de rest maar in...
Soms doet Funen ook mysterieus aan, donker en verlaten, waarbij het lijkt alsof je even alleen op de wereld bent. Worp na worp zoekend naar die ene zeeforel op de oneindige vlakte. Wolken pakken zich samen, gevolgd door fikse bui, uren lang regent het pijpenstelen, maar geen teken van leven. Clousers worden verwisseld met garnalen, de drijvende lijn wordt vervangen door een glaslijn, wierbed na wierbed wordt afgestruind. Door het strippen hangen de blaren van het zoute water aan je vingers, zelfs de tape houdt niet meer. Het is koud en de wind giert. Strip na strip wordt gemaakt, maar ho maar geen zeeforel laat zich zien. Dan wordt het tijd om naar ons huisje terug te keren voor een welverdiende borrel. Dat is ook Funen, een dag zonder een aanbeet. Het is en blijft doorzetten geblazen.
Zoals gezegd oefening baart kunst en dit jaar zijn we ons meer gaan focussen op de zogenaamde puntjes. Puntjes die uitsteken in zee, waardoor volgens ons de kans wordt vergroot dat een zeeforel de stek passeert. Ook hebben we voor het eerst de minimale getijden bijgehouden, waarbij vloed, zoals gewoonlijk, favoriet was. Een goed voorbeeld hiervan was Male strand met een aanzienlijk sterkere stroming gedurende vloed, wat ons uiteindelijk de nodige aanbeten van zeeforel heeft opgeleverd. Verder hebben de wierbedden een belangrijke plek in onze visie ingenomen. Gewone wierbedden zijn langs de gehele kust van Denemarken te vinden, deze zijn dan ook niet speciaal, maar juist die bedden die een uitsteeksel hebben richting een zandvlakte verhogen de kansen. Ondanks dat Gerhard dit niet beaamde zijn in mijn optiek de bruingekleurde wierbedden, vaak gecombineerd met kleine steentjes en in sommige gevallen sterke gelijkenis hebbend met een rivierbed, ook favoriet bij de zeeforel. Deze bedden zijn vaak klein van formaat en liggen vlak langs de kant.
Wat betreft de gebruikte vliegen kan ik kort zijn. Alle zeeforellen zijn gevangen met clousers, gevist aan een drijvende lijn. De streamer is goed zichtbaar en werd in een aantal gevallen van grote afstand door een zeeforel gehaald Het is volgens mij dan ook een van de beste streamers voor Funen. ( ook voor de visserij aan onze kust en ja zelfs op Bonaire, een echte allrounder dus) Maar daar zullen de meningen over blijven verschillen. Ik ben namelijk nogal een liefhebber van grote vliegen, terwijl velen de keus zullen laten vallen op kleine garnaalimitaties. Blijven proberen is daarom het advies. Bij de gepen bleek overigens een garnaalimitatie het beste te zijn.
Ondanks dat er nog een tijdje is gevist met de glas en zinklijn, bleek de drijvende lijn het meest geschikt. Dit gecombineerd met een #7 hengel, een leader uitlopend naar 25/00 en met een lengte variërend van 2,5 tot 5 meter (afhankelijk van de windrichting) is wat ons betreft de beste combinatie.
De geepvangsten waren gedurende de week super. Vooral de eerste dagen konden we er geen genoeg van krijgen en stond de vliegenlat vele malen krom op een langsnoet. Geteld hebben we niet, maar de veertig is zeker overschreden. En dan tel ik de talloze aanbeten niet mee, want vanwege de lange en smalle bek mag je blij zijn als je drie van de tien aanbeten haakt. Vooral Male strand, Dalby Bocht en Lango leverden een flink aantal gepen op. Het was een waar schouwspel om de gepen te zien paaien, zodra het zonnetje begon te schijnen. Hevig kolkend over wierbedden en langs kantjes gingen ze tekeer, wat uitstekend te spotten was met een polaroid bril.
En dan de zeeforel, daar waar het allemaal om te doen is. Stekken als Male strand, Bogenso, Dalby Bocht en Fyns Hoved zijn wederom de beste stekken gebleken. We hebben eigenlijk op ieder tijdstip van de dag zeeforel gevangen. Ook hebben we voor het eerst zeeforel zien springen. In totaal hebben we gezamenlijk 10 zeeforellen gevangen, wat op zich een redelijk tot goed resultaat genoemd mag worden. Daarnaast hebben we een gelijk aantal zeeforellen verspeeld door niet goed op te letten en lijn-breuk. De forellen waren gemiddeld genomen vijftig centimeter met enkele uitschieters naar boven en naar beneden. Zoals gezegd zijn alle zeeforellen op clousers gevangen aan een drijvende lijn en snel binnengestript. Hierdoor bleef de clouser ongeveer 30 cm onder de oppervlakte.
Zeeforel is en blijft een prachtige vissoort, die vooral zijn kracht tot uiting laat komen aan de vliegenhengel. Toch komt het sporadisch voor dat een zeeforel een run neemt van 50 meter, het is meer een ‘hengeltopvechter’.
De kosten van een huisje op Funen zijn erg laag, gelijk aan de jaarvergunning a 17 euro. De entourage van de zeeforelvisserij op Funen is zo prachtig, dat ik alleen maar kan zeggen, gewoon doen!
Edwin Kerssies
|
|